Vrijwel alle honden krijgen in hun leven wel eens een worminfectie. Ondanks dat er erg effectieve synthetische middelen op de markt zijn, kunnen deze middelen ook voor een aanslag op de gezondheid zorgen. Met de groeiende kennis over de positieve werking van voedingsmiddelen, kan wellicht het gebruik van synthetische middelen teruggedrongen worden.

In Nederland komen de spoelworm, lintworm en zweepworm het meeste voor. Op verschillende manieren kan een hond een worminfectie oplopen. Bijvoorbeeld door in aanraking te komen met ontlasting van een geïnfecteerde hond, maar ook via de placenta en moedermelk kunnen pups bij de geboorte al besmet zijn/worden met wormen. Bij veel worminfecties worden alleen de eitjes uitgescheiden en de worm zelf meestal niet, waardoor een infectie minder snel opvalt. Alleen bij een hele ernstige besmetting kunnen er zichtbare klachten ontstaan. Zo kan de hond bijvoorbeeld erg mager worden, een opgezette buik of doffe vacht krijgen en gaan hoesten als er wormen in de longen terecht komen. Ook diarree en braken kunnen gevolgen zijn van een ernstige worminfectie, waarbij ook wormen mee naar buiten kunnen komen.

Van een lichte wormbesmetting zal een gezonde hond niet zo snel last hebben. Pas wanneer er teveel wormen in het lichaam van de hond zitten, zal de conditie van de hond achteruit gaan. Om dit te voorkomen zijn we gewend om de hond eens in de 3 maanden te ontwormen met chemische stoffen. Zo wordt je hond niet ziek van een wormbesmetting, maar deze stoffen hebben best een aantal bijwerkingen. Het is daarom beter ze niet in te zetten wanneer dit niet nodig is, dus alleen bij een wormbesmetting waarbij de gezondheid van het dier wordt aangetast.

Overmatig ontwormen is onnodig en zou voorkomen moeten worden, omdat slechts een klein percentage (zo’n 10%) van de honden daadwerkelijk besmet is met wormen. Daarnaast heeft ontwormen ook geen preventieve werken. Na het toedienen van het middel, werkt dit zo’n 24 uur om alles wat het tegenkomt te doden. Als het middel het lichaam heeft verlaten, is de hond direct opnieuw vatbaar voor een nieuwe besmetting.

Een lichte wormbesmetting heeft over het algemeen geen slechte invloed op de gezondheid van een hond. Er zijn de laatste jaren zelfs theorieën ontstaan dat het oplopen van zulke besmettingen een positieve invloed op de gezondheid zou kunnen hebben. Een theorie beschrijft dit fenomeen uitgebreid: de hygiëne hypothese. Deze theorie beschrijft dat het oplopen van infecties en besmettingen met potentiële ziektemakers (vooral op jonge leeftijd), het immuunsysteem beter laat ontwikkelen en minder ‘lui’ maakt. Simpel gezegd bouw je een weerstand op tegen infecties door zoveel mogelijk infecties tegen te komen. Je immuunsysteem leert deze infecties dan beter herkennen en kan er beter op reageren.

Ondanks dat de chemische middelen absoluut zeer effectief zijn tegen een bestaande wormbesmetting, zijn er ook een aantal minder invasieve en natuurlijkere manieren om een wormbesmetting te voorkomen. Deze natuurlijkere manieren zijn echter niet voldoende om een serieuze worminfectie te kunnen behandelen, maar dienen als ondersteuning bij het voorkomen van een infectie.

Ten eerste het ontlasting-onderzoek, ofwel feces-onderzoek. Door wat ontlasting op te vangen, kan de dierenarts of het laboratorium gemakkelijk bepalen of er wormeneitjes aanwezig zijn in de ontlasting. Wanneer er eitjes in de ontlasting worden gevonden, is het aan te raden de hond te ontwormen. Worden er geen eitjes waargenomen en is de ontlasting dus ‘schoon’, dan zijn er geen verdere stappen noodzakelijk. Het is aan te raden minimaal 2x per jaar zo’n onderzoek te laten verrichten.

Daarnaast is de opbouw van de darmmicrobiota erg belangrijk. De darmmicrobiota, ook wel darmflora genoemd, vormt een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem. Een goede conditie van de darmmicrobiota zorgt ervoor dat de hond minder vatbaar is voor serieuze worminfecties. Er zijn verschillende manieren waarop de darmmicrobiota van de hond ondersteunt kan worden. Bijvoorbeeld met behulp van probiotica supplementen. Dit zijn supplementen met een hoge concentratie goede darmbacteriën. Na ziekte of medicijngebruik kan de darmmicrobiota aangetast zijn, met behulp van probiotica kan dit weer hersteld worden.

Natuurlijke wormwerende middelen kunnen ook ingezet worden om het lichaam van de hond te helpen een worminfectie te voorkomen, door het milieu in de darmen onprettig te maken voor wormen. Natuurlijke producten die gebruikt kunnen worden, zijn bijvoorbeeld kurkuma, Fenegriek, zwart komijnzaad en PUUR Parasitus.

Zoals je kan zien zijn er tal van mogelijkheden om je hond op een natuurlijke wijze te ondersteunen bij het voorkomen van een worminfectie. Echter kan je nooit helemaal voorkomen dat je hond wormen oploopt en zal bij een ernstige worminfectie de dierenarts geraadpleegd moeten worden.

Worminfecties natuurlijk behandelen